Opgelost: Henk Opentij en Mary Run

10688032_1523468417896156_1604629303230142728_oBloedspoorpatroononderzoek en DNA-verwantschapsonderzoek leiden tot oplossing cold case 

Op maandagavond 24 november 1997 worden in een woning aan de Noorderbreedte 141 in Amsterdam Noord de lichamen van de 79-jarige Henk Opentij en zijn 73-jarige vriendin Mary Run gevonden. De woning is van Henk, een gepensioneerd buschauffeur en vader van vier zoons; Mary is zijn buurvrouw. Ze hebben sinds 1989 een relatie. De twee hebben anno 1997 trouwplannen.

De moord op Henk Opentij en Mary Run

De twee slachtoffers zijn op overvallen en op beestachtige wijze vermoord. Henk heeft een gebroken neus en alleen al in zijn borststreek ongeveer dertig steekwonden. Mary wordt aangetroffen met een gebroken kaak en neus en doorgestoken ogen. Verder zijn bij de twee de kelen doorgesneden. De dader of daders moeten vreselijk tekeer zijn gegaan, want het bloed zit zelfs tegen het plafond. Bij de vondst liggen de lichamen er al vier of vijf dagen.

Henk Opentij en Mary Run plaats delictRechts een politiefoto van de plaats delict: een deel van de woonkamer en keuken van Henk Opentij. De meest gruwelijke foto’s van het echtpaar zijn eenvoudig te vinden op het internet, maar ik kies er bewust voor om deze niet hier af te beelden. Dergelijke foto’s delen kan een functie hebben wanneer een zaak nog niet is opgelost, maar ik vind het niet nodig om ze te plaatsen als het gaat om een opgelost dossier.

Henk ligt tussen een kast en een stoel half op zijn buik gedraaid, Mary ligt tussen de keukendeur en de eettafel. Er is een serie messen gebruikt uit de keuken; die messen worden later keurig op een rijtje op de eettafel gevonden, verbogen en onder het bloed. Meters plastic afdekfolie zijn uitgerold en rond het hoofd van Mary gedrapeerd. Har gezicht is deels bedekt met een theedoek. Over haar lichaam ligt bovendien een eind electriciteitssnoer.

De politie gaat al snel uit van twee daders, onder meer vanwege de mate van geweld. Vreemd genoeg is er weinig uit de woning ontvreemd; alleen het Seiko-horloge van het mannelijk slachtoffer mist, en een kleine hoeveelheid geld. Veel sieraden en honderden guldens aan contant geld bleven ongemoeid.

Henk Opentij en Mary Run foto schoenenOver sporen op de plaats delict doet de recherche in eerste instantie geheimzinnig. Pas anderhalf jaar na de moord wordt in een uitzending van Opsporing Verzocht bekend gemaakt dat er een rubberen handschoen is aangetroffen en dat er in een plas bloed een schoenafdruk is gevonden. Die schoen blijkt het enige bruikbare daderspoor te zijn. Het is een afdruk van een vrij zeldzame Caterpillar-werkschoen. Na intensief onderzoek ondekt men dat er maar twintig paar van de bewuste maat in ons land zijn verkocht. Daarvan weet men er negen te traceren; daar zit de moordenaar niet bij.

Ongeveer twee weken na de moord meldt zich bij de recherche een belangrijke getuige. Het gaat om een vrouw die rond de datum van de moord voor de woning van Henk Opentij uit de bus is gestapt en binnen iemand dacht te hebben gezien die stekende bewegingen maakt. Als er twee rechercheurs worden vrijgemaakt om haar te horen, overlijdt ze aan een hersenbloeding voor ze haar verhaal kan doen. Toch is er al vrij snel een verdachte.

Henk Opentij en Mary Run - achterzijde woningHet gaat om Mary’s dochter Sylvia. Zij blijkt al jaren verwikkeld te zijn in een strijd om de verdeling van de boedel uit het stukgelopen huwelijk van haar ouders. Met de dood van haar moeder is die boedel, bestaande uit drie panden in Amsterdam, helemaal in haar bezit gekomen. De recherche ziet een duidelijk motief; Sylvia houdt vol niets met de moorden te maken te hebben. Onderzoek levert geen concrete aanwijzingen op tegen haar of haar gezinsleden.

Vervolgens krijgt de recherche twee bijzondere brieven binnen. Deze anonieme brieven bevatten informatie over mogelijke onderduikadressen van de daders. Er wordt zelfs een naam genoemd. Het blijkt te gaan om twee Amsterdamse criminelen die na onderzoek zeer aannemelijke verdachten blijken. Ze worden gearresteerd en intensief verhoord, loopt ook dit spoor dood.

Hoewel de moordzaak tot driemaal toe werd onderzocht, bleef hij onopgelost. Tot in 2008 het coldcaseteam van de Amsterdamse politie de zaak wederom onder de loep nam.

Afwijkende bloedsporen

Henk Opentij en Mary Run - het overhemd van HenkHet compleet nieuw team ontdekt een afwijkend bloedspoor op het overhemd van Opentij; twee kleine bloeddruppels. Alsof een bloedend iemand boven het slachtoffer heeft gestaan. De twee druppels worden onderzocht op het NFI en er onstaat lichte euforie: uit één van de druppels wordt een DNA-profiel verkregen van een onbekende man – het andere matchte met het DNA-profiel van het mannelijke slachtoffer. Het tot nu toe eerste profiel dat gevonden wordt, anders dan van de slachtoffers. Helaas is er geen match in de DNA-databank, en ook in de buitenlandse DNA-databanken wordt geen match gevonden. Men besluit een grootschalig DNA-onderzoek op te zetten. Geen uitnodigingen aan iedereen in een straal van vijf kilometer, zoals in de zaak Vaatstra; ten eerste wordt er in Amsterdam-Noord nogal veel verhuisd en is de kans groot dat de bewoners uit 1997 allang waren verhuisd. Ten tweede is er op die locatie geen sociale druk, zoals op het platteland. Mensen zullen elkaar er niet aansporen om mee te doen aan een vrijwillig DNA-onderzoek. Nee; men besluit zich in eerste instantie te richten op de 158 mannen die al in het omvangrijke dossier genoemd worden. Uiteindelijk doen er 138 mensen vrijwillig mee. Daaronder ook de schoonzoon en kleinzoon van Mary Run; omdat zij een tijdlang werden verdacht van betrokkenheid, zijn zij juist extra gemotiveerd om aan het onderzoek mee te doen. Na het onderzoek kan de familie worden gerehabiliteerd; er is geen match. Ook de profielen van de andere 136 deelnemers aan het onderzoek matchten niet.

Van de twintig mensen die niet mee wilden doen, weigeren zeventien personen hun medewerking, kan één persoon niet getraceerd worden en zaten er twee mannen in een psychiatrische instelling; hun artsen gaven geen toestemming voor DNA-onderzoek. Het coldcaseteam focust zich vervolgens op de 17 weigeraars. Zestien blijven hardnekkig weigeren om uiteenlopende redenen; eentje gaat alsnog overstag en kan worden uitgesloten. Eind 2011 komt het team tot de conclusie dat er ondanks alles geen oplossing is gevonden in deze zaak. Het onderste is uit de kan gehaald. Er blijft wel hoop: want er is nu tenminste een DNA-profiel.

Een anonieme gouden tip

Henk Opentij en Mary Run dadersNa enkele dagen wordt het onderzoeksteam gebeld door Peter R. de Vries. Hij heeft een anonieme tip gekregen met zelfs de namen van twee mogelijke daders; de anonieme persoon weet ook te vertellen dat ze destijds waren binnengekomen met sleutels die ze op straat hadden gevonden. Een interessant gegeven dat nieuw licht op de zaak werpt; de politie is geïnteresseerd. Het gaat om twee Surinaamse mannen; Melvin R. en Miquel K. Het bloedspoor op het overhemd wordt onderworpen aan een Y-chromosomaal en mitochondriaal DNA-onderzoek, om iets te kunnen zeggen over de geografische herkomst van de persoon van wie het bloedspoor afkomstig is. De resultaten blijken zeer goed te passen bij iemand van Afrikaanse origine. Verder wordt bekend dat een van de twee mannen destijds bij Opentij en Run in de buurt woonde. Men komt erachter dat het om twee neven gaat. Er wordt een stamboom gemaakt met alle familieleden. En men komt erachter dat een halfzus van Melvin in de DNA-databank zit; Melvin en zij hebben dezelfde moeder. Met het DNA van Melvins halfzus is vast te stellen of het spoor van Melvin R. kan zijn; het is dan juni 2012, en sinds april is het wettelijk toegestaan om onder strikte voorwaarden DNA-verwantschapsonderzoek in strafzaken te verrichten. Mitochondriaal DNA-onderzoek kan worden ingezet en ja: het matcht. Een toevalstreffer natuurlijk; het bloedspoor op het overhemd had ook van Miquel kunnen zijn. Maar nu is in ieder geval zeker dat er een relatie is tussen het bloedspoor op de plaats delicht en het DNA-profiel van de halfzus van Melvin; vooral na aanvullend autosomaal onderzoek met waargenomen overeenkomsten. De zaak is inmiddels uniek op DNA-gebied: zo ongeveer alle soorten forensisch DNA-onderzoek zijn ingezet; autosomaal, LCN, Y-chromosomaal, mitochondriaal, DNA-onderzoek van uiterlijk waarneembare persoonskenmerken, internationale uitwisseling van DNA-profielen, grootschalig DNA-onderzoek en verwantschapsonderzoek: alles is aan bod gekomen. Al is het de combinatie met de tip van Peter R. de Vries geweest die tot de oplossing heeft geleid.

Eindelijk gerechtigheid

Henk Opentij en Mary Run foto krantAls in juli 2012 de uitslag van het DNA-verwantschapsonderzoek komt, is het de eerste match die tot stand komt sinds de invoering van de nieuwe wet die dit soort onderzoek mogelijk maakt. Alleen tegen Miquel was nog geen technisch bewijs. Er is alleen een groot vermoeden dat hij inderdaad betrokken is; de twee neven ging in 1997 veel met elkaar om en kwamen bovendien samen in aanraking met justitie. De levens van de twee heren, inmiddels allebei 34 jaar, worden grondig in kaart gebracht. Ze worden goed in de gaten gehouden en men probeert ze wakker te schudden door de media in te schakelen; maar dit mislukt. Melvin wordt pas geprikkeld als de politie in oktober 2012 een poststuk laat bezorgen met daarin een krantenartikel over de zaak, en een kort briefje. Na veel discussies over de zaak met zijn nietsvermoedende vrouw, kan Melvin op 22 oktober 2012 worden aangehouden.

Henk Opentij en Mary Run - dader bekentNa twee dagen bekent Melvin – maar pas nadat op het NFI wordt geconstateerd dat er inderdaad een match is tussen het DNA-profiel van de verdachte en dat van het bloedspoor op het overhemd van Henk Opentij. Op 26 oktober wordt ook Miquel aangehouden en ook hij bekent. Na vijftien jaar is de zaak opgelost. Melvin en Miquel hebben in 1997 inderdaad een sleutelbos gevonden met eraan een adreslabel; bij het gebruiken van de sleutel kwamen ze oog in oog te staan met de bewoners. Henk Opentij was een voormalige bokser die Melvin nog een klap op de neus gaf; als het ware heeft hij daarmee zelf de zaak opgelost. De bloedneus zorgde voor het DNA-spoor dat door het coldcaseteam werd opgemerkt. De rechtbank legde de neven een celstraf op van vijftien jaar. Het Openbaar Ministerie wilde een hogere straf en ging in hoger beroep. Het Gerechtshof in Amsterdam heeft op 14 november 2015 Melvin R. en Miquel K. veroordeeld tot 17 jaar cel voor de moord op Henk Opentij en Mary Run.

Bronnen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *